Uitspraak in het Plat: /biːbəlʃ/
bijvoegelijk naamwoord
Afbreking: bi·belsch
biebelscher biebelschst
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:

Etymologie:

Samengesteld woord gevormd door: Bibel + -sch