Stub­ben in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈstʊbm̩/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Stub·ben
Pluralis: Stubbens m de Stub­ben
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Woord afleidt van: Stubb