Breef­kas­ten in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈbɾɛːfˌkastn̩/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Breef·kas·ten
Plural: Breef­kas­tens m de Breef­kas­ten
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
apentlichen Kasten för de Post
Nederlands:
Engels:
Duits:
Examples:
[2]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Examples:
Hest al in’n Breefkasten keken? Hebbt wi Post?

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Breef + Kasten