liek­ut in het Nedersaksisch

Uitspraak: /liːk·uːt/
bijwoord
Afbreking: liek·ut
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:
Examples:
[2]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:
Examples:
Snack liekut un vertell mi, wat du hest.

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: liek + ut