Quark­bü­del in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈkva͡ɐkˌbyː·dəl/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Quark·bü·del
Pluralis: Quarkbüdels m de Quark­bü­del
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
Nu höör doch op to meckern, du ollen Quarkbüdel!

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: quarken + Büdel