bu­ten­vör in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈbuːtn̩ˌføː͡ɐ/
adverb
Afbreking: bu·ten·vör
[1]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
nich mit inbegrepen
Duits:
[2]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevorms door: buten + vör