La­ger in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈlɔː·ɡɐ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: La·ger
Pluralis: Lagers n dat La­ger
[1]
geavanceerde woordenschat
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
[2]
geavanceerde woordenschat
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden: