Hel­len­baas in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈhɛln̩ˌbɔːz/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Hel·len·baas
m de Hel­len­baas
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:
Examples:
Op de Warft harr de Hellenbaas de Opsicht.

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Hellen + Baas