Dwin­ge­land in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈdvɪn·ɡəˌlant/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Dwin·ge·land
Plural: Dwin­ge­lan­nen m de Dwin­ge­land
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
[2]
perifere woordenschat

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: dwingen + Land