Schott in het Nedersaksisch

Plural: Schot­ten n dat Schott
[1]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
Sperrwand
Duits:
Schott
[2]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
Falldöör bi en Siel
[3]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
Regel an en Döör