For­mel in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈfɔ͡ɐ·məl/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: For·mel
Pluralis: Formeln f de For­mel
[1]
geavanceerde woordenschat
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:

Etymologie:

Woord afleidt van: Form