Uitspraak in het Plat: /ɡɛʃɛft͡sføːy̯ɾɐ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Ge·schäfts·föh·rer
Pluralis: Ge­schäfts­föh­rers m de Ge­schäfts­föh­rer
[1]
geavanceerde woordenschat
Voorbeelden:
De Geschäftsföhrer verdeent veel to veel Geld!

Etymologie:

Samengesteld woord gevormd door: Geschäft + föhren + -er