Buurn­broot in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈbuː͡ɐnˌbɾɔu̯t/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Buurn·broot
Plural: Buurn­brööd n dat Buurn­broot

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Buur + Broot