Pri­ck in het Nedersaksisch

Plural: Pri­cken m de Pri­ck
[1]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
Engels:
=
prick
Beeld, dat de onderbeduiding illustreerd
Ra Boe, CC BY-SA 2.5
[2]
perifere woordenschat
actief
Nedersaksisch:
in’t Watt opstellt Tekens, de dat Fohrwater kenntekent
Duits:
Pricken