a­ver in het Nedersaksisch

Identieke woorden ››› aver ❔︎ äver ❔︎
Uitspraak in het Plat: /ˈɔː·vɐ/ 🔊︎
prepositie
Afbreking: a·ver
[1]
basiswoordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
De Maand steiht aver de Eer.
[2]
basiswoordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
[3]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
met
Engels:
Duits:
Voorbeelden: