but­wen­nig in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈbuːtˌvɛ·nɪç/
bijvoegelijk naamwoord
Afbreking: but·wen·nig
geen trappen van vergelijking
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
Dat Gedicht kenn ik butwennig.
[2]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: but- + wennen + -ig