zelfstandig naamwoord
Afbreking: Lo·per
Pluralis: Lo­pers m de Lo­per
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
[2]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
[3]
geavanceerde woordenschat

Etymologie:

Samengesteld woord gevormd door: lopen + -er
Identieke woorden ››› Löper ❔︎