In­ge­dö­mels in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈɪnˌɡɛ·døː·məls/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: In·ge·dö·mels
n dat In­ge­dö­mels
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:
[2]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
wat in en Braden rinstoppt warrt, dat to füllen
Nederlands:
Duits:
[3]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: in + ge- + -els