Hunn­blaff in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈhʊnˌblaf/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Hunn·blaff
Plural: Hunn­blaff m de Hunn­blaff
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Engels:
Duits:
[2]
perifere woordenschat
Examples:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Hund + blaffen