ve­nien­­sch in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /vəˈniːnʃ/
bijvoegelijk naamwoord
Afbreking: ve·nien·sch
venienscher venienschst
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
[2]
geavanceerde woordenschat
Voorbeelden:
He is en venienschen Keerl. Tro em nich!
[3]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
He hett mi ganz veniensch anblafft.

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Venien + -sch