Schind­lu­der in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈʃɪntˌluː·dɐ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Schind·lu·der
Niet gebruikt het pluralis n dat Schind­lu­der
[1]
perifere woordenschat
negatief Waarschuwing: deze onderbeduiding is een negatieve uitdrukking en zal in een neutrale context wal beter niet gebruikt worden. Lijst van woorden als deze:
Voorbeelden:
Dat olle Schindluder mutt na’n Afdecker.

Zegswijzen en vaste verbindingen:

Schindluder drieven
[2]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Engels:
Schindluder spelen
[3]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Engels:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: schinnen + Luder