Wa­pen in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈvɔːpm̩/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Wa·pen
Pluralis: Wapens n dat Wa­pen
[1]
geavanceerde woordenschat
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
[2]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden: