See­fohrt in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈzɛːˌfɔː͡ɐt/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: See·fohrt
Niet gebruikt het pluralis f de See­fohrt
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: See + Fohrt